Werkplezier en Autonomie: Waarom jij het verschil maakt!
- Sam van Opbergen

- 10 nov 2025
- 3 minuten om te lezen
Sam heeft het vast weleens verteld: hoe het idee voor KEEPERS-professionals is ontstaan.
Jarenlang zag hij hoe ik langzaam wegzonk in het moeras dat middle management heet. Tot het punt waarop ik dacht: als ik zo doorga, krijg ik óf een hartaanval, óf ik sla iemand op zijn bek. Geen van beide leek me een goed idee.
Na weer een moeizame week besloot ik in gesprek met mijn vrouw: dit kan zo niet langer. Ik wist niet precies wat de volgende stap zou zijn, maar één ding was duidelijk — zo wilde ik niet verder.
Van stress naar vrijheid
Achteraf gezien had ik natuurlijk veel eerder moeten ingrijpen, maar ja — dat is achteraf. Na een paar maanden van niks doen begon ik als ZZP’er in de zorg, bij Parnassia en Kenter Jeugdzorg. En langzaam voelde ik het verschil: er viel een steen van mijn schouders. Ik werkte weer als SPV, deed waar ik goed in ben en had focus. Sam (en de rest van het gezin) zagen het ook: die Ouwe oogde ontspannen — soms zelfs bijna grappig.
En zoals dat vaak gaat: als je het verschil eenmaal voelt, kun je het niet meer negeren. Voor het eerst in jaren had ik weer écht werkplezier. Ik keek uit naar mijn diensten, zelfs de bereikbaarheidsdiensten op zondag. Hoe drukker het was, hoe meer energie ik kreeg.
Werkplezier is besmettelijk
Om me heen zag ik collega’s van mijn leeftijd die vooral bezig waren met de vraag: hoe snel kan ik met pensioen? Prima mensen, goede SPV’en, maar vaak een beetje opgebrand. Dat zette mij aan het denken. Ik zag dat postacademisch opgeleiden vaak doorwerken na hun pensioen — uit passie voor hun vak. Terwijl veel HBO-professionals rond hun zestigste al aftellen. En dat terwijl ze ooit allemaal bevlogen begonnen waren.
Twee kernfactoren: autonomie en werkplezier
Voor mij draait het om twee dingen: autonomie en werkplezier. Ze overlappen, maar zijn niet hetzelfde. Autonomie gaat over de ruimte die je krijgt (en neemt!) om zelf vorm te geven aan je werk. Het helpt enorm als je niet wordt micromanaged, maar kunt werken vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid.
Werkplezier gaat over de beleving — dat je doet wat bij je past, dat je letterlijk speelruimte ervaart.
Toen ik als ZZP’er begon, voelde dat als een bevrijding. Maar inmiddels weet ik: het is niet voor iedereen de oplossing.
Voor sommige mensen werkt het fantastisch, voor anderen juist niet. En in sommige situaties — bijvoorbeeld bij cliënten met een hechtingsstoornis — is continuïteit belangrijker dan zelfstandigheid. Daar past ZZP-schap minder goed.
Zonder werkplezier geen kwaliteit
Werkplezier is overal van invloed. Zonder plezier in je werk, wordt het moeilijk om echt goed te presteren. Je gaat dan al snel de neiging krijgen om ‘hoekjes af te snijden’: iets later komen, eerder vertrekken, je hand niet opsteken bij een hulpvraag. Je trekt je een beetje terug, blijft in de luwte. Maar met écht werkplezier verandert alles.
Je doet vanzelf een stapje extra, cliënten merken dat je meent wat je zegt, collega’s ervaren je als een baken van rust en energie. En iedereen werkt graag met iemand die plezier uitstraalt.
Jij bent verantwoordelijk voor je werkplezier
Uiteindelijk ben je zelf verantwoordelijk voor je werkplezier.
Merk je dat er zand in de machinerie zit? Negeer dat dan niet met gedachten als “ach, overal is wel wat”.
Ga onderzoeken wat er schuurt — het antwoord ligt zelden bij je baas, maar bijna altijd bij jezelf.
Want zeg nou zelf: je brengt een groot deel van je leven door op je werk.
Het minste wat je kunt doen, is ervoor zorgen dat je er met plezier naartoe gaat.
Want pas als je met plezier werkt, doe je je werk écht goed!
